Basisgegevens, geinterpreteerde data en modelresultaten
Binnen de het modelinstrumentarium worden 3 typen data onderscheiden. Het betreft:
Basisdata zijn gegevens zoals profielen waterlopen, boorstaten, metingen van waterstanden, maalgegevens etc. Dit zijn gegevens die ofwel intern worden gevalideerd en opgeslagen ofwel extern worden beheerd, bijvoorbeeld TNO voor DINO. Basisdata betreft ook schematisatie van bestaande modellen. Denk aan de bestaande modellen gemaakt in MODFLOW (of binnen iMOD/MIPWA/...).
Geïnterpreteerde data heeft betrekking op gegevens waarover een interpretatieslag heen is gegaan. Een voorbeeld is de weerstand en verbreiding van een weerstandslaag. De basis voor een dergelijke kaart zijn boringen. Een vlakdekkende verbreiding is een interpretatie hiervan.
Resultaten van verschillende modelstudies kunnen ook worden opgenomen. Dit dient meerdere doelen. De (niet-)modelleurs kan direct gebruik maken van reeds uitgevoerde modelberekeningen. En verder vormen de modelresultaten de basis voor nieuwe berekeningen. Bijvoorbeeld de in een eerdere modellering berekende kwel/wegzijging met een regionaal grondwatermodel dient dan weer als randvoorwaarde voor een nieuw oppervlaktewatermodel.
Databeheer en pre-processing
De informatie die nodig is als modelinvoer is opgeslagen in de databank modelgegevens. De informatie die in de databank modelgegevens opgeslagen is kan in principe met elke willekeurige GIS software gevisualiseerd worden. Om onafhankelijk te kunnen zijn van bepaalde GIS programmatuur bevat het modelinstrumentarium een ingebouwde functionaliteit die aangewend kan worden voor visualisatie en bewerkingen van zowel geografische informatie als tijdreeksen en het koppelen van deze informatie aan het rekennetwerk. De modelleur kan gebruik maken van deze standaard functionaliteit of hier een extern programma (zoals ArcGIS) voor inzetten. Desgewenst kunnen de invoerbestanden voor modelcodes met speciale software (zoals Netter of GMS) bewerkt worden.
Het toekennen van parameterwaarden aan rekennetwerken wordt binnen de modelleeromgeving gerealiseerd door middel van een allocatie stap. Onder allocatie wordt hier verstaan een ruimtelijke interpolatie of opschaling. Deze toekenning kan rechtstreeks zijn, of door middel van interpolatie, formules, expressies of scripts. De open, modulaire structuur biedt de mogelijkheid allocatietechnieken te ontwikkelen voor speciale doeleinden of externe programmatuur te gebruiken.
De laatste stap in de preprocessing is het genereren van invoerbestanden voor de rekenkernen. Het aanmaken van de invoerbestanden wordt door het modelinstrumentarium verzorgd. De modelleur kan altijd in dit proces ingrijpen en de invoerbestanden handmatig bewerken alvorens de berekeningen te starten.
|