| |
| Grafische User Interface TRISHELL |
triwaco is ontworpen om moeiteloos en gestructureerd een model op te zetten, te calibreren en scenarioberekeningen uit te voeren. De grafische user interface de TRISHELL vormt daarom het hart van triwaco. De TRISHELL zorgt voor de aansturing van de diverse modules, voor de opslag en verwerking van basisgegevens en voor het uitvoeren van diverse typen berekeningen. Zo kan op basis van dezelfde basisgegevens de grondwaterstroming met zowel TRIWACO-FLAIRS als MODFLOW worden berekend.
Gestructureerd model opzetten met datasets |
In triwaco wordt een modellering opgezet als een zogenaamd 'project'. Binnen een project worden zogenaamde 'datasets' aangemaakt (met eigen directory), die elk hun eigen plaats binnen de projectstructuur hebben. Elke dataset kent daarbij zo zijn eigen invoerbestanden en afhankelijkheden. De TRISHELL draagt zorg voor de uitwisseling van de gegevens tussen de datasets onderling. Doordat de relatie tussen alle data vastgelegd wordt bij de opzet van een model, is de modelopzet volledig reproduceerbaar en kan bijvoorbeeld heel snel een tweede model met een ander netwerk gemaakt worden. Een model wordt met de volgende datasets:
|
|
|
| |
Initial data set (Conceptueel model) |
| |
Defineer het aantal modellagen, type topsysteem, freatische condities of een afgesloten aquifer. triwaco zal vervolgens automatisch alleen de benodigde parameters genereren in de initial dataset.
Parameters worden gedefinieerd met GIS kaarten (onafhankelijk van het rekengrid) en opgeslagen bij het model. Dit is een uniek kenmerk van triwaco en maakt het mogelijk een model volledig te reproduceren, of een ander model te maken, gebaseerd op dezelfde basiskaarten maar met een ander rekengrid of zelfs een andere rekenkern.
|
|
|
| |
Grid data set |
| |
Het rekengrid wordt gedefineerd met GIS kaarten. Het grid is gedefineerd door vier parameters. De modelrand, winningen (vaste punten), dichtheidspolygonen (knoop/cel afstand) en lijnelementen.
Lijnelementen worden gebruikt om buizen, breuken en waterlopen te definiëren. De lijnelementen krijgen een uniek ID. Dit concept maakt het mogelijk om het model eenvoudig te koppelen aan andere modellen, bijvoorbeeld een oppervlaktewatermodel. De koppeling is gedefinieerd op conceptueel niveau en is daardoor universeel.
|
|
|
| |
Calibration data set (eerste simulatie) |
| |
Binnen de calibratie data set worden de GIS kaarten met behulp van een door de gebruiker gedefinieerde allocator (interpolatietechniek) toegekend aan het rekengrid. Binnen de data set vindt de eerste simulatie plaats samen met het calibreren van het model.
|
|
|
| |
Final data set |
| |
De final data set bevat het definitieve model na calibratie. Scenarioberekeningen zijn gebaseerd op de final data set.
|
|
|
| |
Scenario data set (Scenariomanagement) |
| |
Veelal wordt een model toegepast om het effect van aanpassingen op het watersysteem te voorspellen. Deze aanpassingen betreffen over het algemeen slechts enkele parameters (zoals een ander onttrekkingsdebiet of nieuwe waterpeilen). triwaco heeft daarom het zogenaamde scenariomanagement geïntroduceerd.
Bij een nieuw scenario maakt triwaco een dataset aan waarbij alleen de veranderende parameters gedefinieerd worden; de parameters die ongewijzigd blijven, worden automatisch aangeroepen vanuit de definitieve versie van het (gecalibreerde) model. Dit zijn ook de enige parameters die daadwerkelijk in de scenario dataset aanwezig zijn. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk welke parameters gewijzigd zijn.
Een ander voordeel is dat het gecalibreerde model intact blijft en er geen kopie van het model wordt gemaakt. Dit garandeert de reproduceerbaarheid van de berekeningsresultaten.
|
Altijd een overzicht van de modelvoortgang |
De overzichtelijke dataopslag zorgt er voor dat in één oogopslag duidelijk is hoe ver de modellering is gevorderd. Ook is onmiddellijk te zien of datasets geactualiseerd moeten worden omdat onderliggende informatie veranderd is (bijvoorbeeld een aangepaste parameterkaart of een nieuw netwerk waardoor een parameter opnieuw geallokeerd moet worden).
Eenvoudig een logboek bijhouden |
| Binnen de TRISHELL kunnen bovendien eenvoudig tekstdocumenten worden toegevoegd waarin de uitgangspunten, aannames en keuzes nader kunnen worden toegelicht. Het opslaan van dergelijke (projectgebonden) informatie biedt vele voordelen ten aanzien van de reproduceerbaarheid van de diverse modelleringsactiviteiten en is onontbeerlijk in het kader van een goede kwaliteitswaarborg van het modelleerproces. |
|
|
|
 |
|
| |
De overzichtelijke dataopslag zorgt er voor dat in één oogopslag duidelijk is hoe ver de modellering is gevorderd. |
|
|